De hobbyrichtingen

De meest rendabele tak van het Vlaamse onderwijs dreigt te verdwijnen.

Steun de hobbyrichtingen en onderteken (eventueel anoniem) de officiële petitie gericht aan het Vlaams parlement.

Samen Sterk

Wat zijn hobbyrichtingen ?

In het onderwijs voor volwassenen worden een aantal richtingen beschouwd als "hobbyrichtingen". Het betreft Europese, Oosterse en Scandinavische talen, mode, drankenkennis, fotografie, koken, textiel, schoenherstelling, goudsmid, diamantbewerking, en diens meer. Men stelt dat vele cursisten deze opleidingen volgen uit persoonlijke interesse, niet uit professionele noodzaak. Ze hebben zodoende een louter sociale functie, geen economisch belang.

Wat is het probleem ?

Met ingang van schooljaar 2025/26 werden hervormingen doorgevoerd in het volwassenenonderwijs die structureel 33 miljoen € moesten opbrengen. Deze doelstelling wordt niet gehaald. Daarom worden bijkomende besparingen opgelegd aan opleidingscentra en deze lijken vooral de hobbyrichtingen te treffen.

Het volwassenenonderwijs in cijfers

Ongeveer 390.000 personen volgen onderwijs voor volwassenen in Vlaanderen. Men kan 3 groepen onderscheiden :

  • 152.000 personen (39%) die Nederlands volgen (NT2 of Nederlands tweede taal).
  • 198.000 personen (50,7%) die een beroepsopleiding of secundair onderwijs volgen.
  • 40.000 personen (10,3%) die een hobbyrichting volgen.

Een cursus omvat 3,00 lesuren per week gedurende 34,00 weken. De bijdrage voor een lesuur uit een hobbyrichting werd verhoogd naar 4,00 €. Om bijkomende kosten (administratie, infrastructuur, ...) te dekken wordt veelal een toeslag van 25,00% aangerekend. Het totale inschrijvingsgeld van de 40.000 cursisten levert zo jaarlijks € 0 aan inkomsten op.

Een leerkracht geeft - voltijds - 20,00 lesuren per week. De loonkost van een leerkracht bedraagt gemiddeld € 51.375 bruto of € 33.394 netto per jaar (zie berekening). Het aantal tewerkgestelde leerkrachten hangt af van het totaal aantal cursisten per klas.

Hieronder een overzicht (wijzig gegevens indien gewenst) :

Nettoloon basis Brutoloon basis
Aantal cursisten per klas Aantal leerkrachten Loonmassa leerkrachten Saldo (inschrijvingsgeld - loonmassa)
8 750 € 25.045.313 € -4.645.313
9 667 € 22.262.500 € -1.862.500
10 600 € 20.036.250 € 363.750
11 545 € 18.214.773 € 2.185.227
12 500 € 16.696.875 € 3.703.125
13 462 € 15.412.500 € 4.987.500
14 429 € 14.311.607 € 6.088.393
15 400 € 13.357.500 € 7.042.500
16 375 € 12.522.656 € 7.877.344

De tabel toont het belang van het aantal cursisten per klas aan.

Op basis van het nettoloon wordt het onderwijs kostenneutraal vanaf 10 cursisten per klas, en vanaf 11 cursisten per klas wordt er een winst geboekt van € 2.185.227 per jaar. Op basis van het brutoloon wordt het onderwijs kostenneutraal vanaf 16 cursisten per klas.

Maar wat is de juiste basis voor een analyse ? Het nettoloon of het brutoloon ?

Stel voor de eenvoud dat er geen loonsverhogingen en loonindexatie zouden plaatsvinden. De gemiddelde leerkracht zou dan jaar na jaar dezelfde loonkost (brutoloon inclusief RSZ en bedrijfsvoorheffing) hebben.

Een leerkracht start te werken. De federale overheid stelt het bruto loon ter beschikking van de vlaamse overheid. Gedurende het jaar keert de vlaamse overheid het netto salaris uit aan de leerkracht, en stort de - ontvangen - RSZ en bedrijfsvoorheffing terug door aan de federale overheid. Vanaf het tweede jaar moet de federale overheid enkel het netto salaris budgetteren aangezien RSZ en bedrijfsvoorheffing circuleren tussen de overheden. De federale overheid moet slechts éénmalig een budget voorzien voor RSZ en bedrijfsvoorheffing. Indien de cursisten méér dan het netto salaris van de leerkracht bijdragen, dan zullen zij na enkele jaren niet alleen de initiële RSZ en bedrijfsvoorheffing betaald hebben, maar zullen zij ook winst opleveren (zie voorbeeld) voor de overheid.

Conclusie : slechts éénmalig wordt een budget voor RSZ en bedrijfsvoorheffing aangelegd, en nadien stroomt het louter boekhoudkundig heen en weer tussen beide overheden, en wordt het op termijn afbetaald door de cursisten. Het nettoloon vormt dus de basis voor een kostenanalyse.

Uiteraard zijn er loonsverhogingen en/of indexaanpassingen. Dus het nettoloon als basis nemen zou een onderschatting van de loonkost zijn. Quod non. Leerkrachten betalen immers BTW, taksen, accijnzen, registratierechten, erfenisbelasting, roerende voorheffing en dergelijke meer. Het nettoloon als basis nemen voor de kostprijs van het onderwijs is eerder een overschatting dan een onderschatting.

Met andere woorden : op basis van conservatieve cijfers, leveren de hobbyrichtingen vanaf 10 cursisten per klas via de inschrijvingsgelden een positieve bijdrage aan de financiering van het volwassenenonderwijs. De hobbyrichtingen kunnen wel degelijk winstgevend zijn mits de gepaste aanpak. En belangrijk : of er nu 40.000 of 25.000 volwassenen een hobbyrichting volgen, de hobbyrichtingen blijven kostenneutraal vanaf 10 cursisten per klas.

Waarom werd de besparing niet gerealiseerd ?

Er zijn meerdere redenen :

  • De prijs per hobby-lesuur werd fors verhoogd waardoor vele cursisten afhaakten. Een geleidelijke verhoging was gepaster.
  • Inschrijvingsgelden van beroepsopleidingen en NT2 werden neerwaarts bijgesteld en/of geplafonneerd.
  • NT2 kende een toename van 40.000 studenten over de voorbije 3 jaar waardoor de loonkost voor die groep enorm is gestegen. De kostprijs ligt bij 1,5 € per lesuur met een maximum van 180 € per jaar. Velen bekomen een vrijstelling of verlaagd tarief (stel 30%). Zie hier voor simulatie.

Zijn er domeinen die dringender aan hervorming toe zijn ?

Die zijn er zeker :

  • In de laatste 2 graden (of de laatste 4 jaren) van het reguliere middelbaar onderwijs telt 25% van de klassen nog geen 5 leerlingen.
  • België telt gemiddeld 9 studenten per leerkracht in het middelbaar onderwijs. In de EU en OESO landen ligt het gemiddelde bij 13 studenten per leerkracht.

Conclusie

De hobbyrichtingen hoeven niet verlieslatend te zijn. Met doelgerichte werving en slim aanbod kunnen ze bijdragen aan de financiering van het volwassenenonderwijs. De uitdaging bestaat erin om ze rendabel te maken, niet om ze - al dan niet gedeeltelijk - af te schaffen. Steun de hobbyrichtingen en kijk hoe u kunt bijdragen.

Samen Sterk

Heeft u opmerkingen over deze tekst, dan kan u deze zenden naar info@example.com.

Opgesteld door L. Waegemans, cursist Spaans Kisp Merchtem

De vermelde cijfers zijn een realistische benadering op basis van de beschikbare gegevens op de site van het Vlaamse onderwijs.

An unhandled error has occurred. Reload 🗙